Site pictogram ArchiHis

De Mirandabad

Advertenties

Een heerlijke plek om even een duikje nemen. Verfrissend, en.. historisch! Dit zwembad is het ook wel waard om even bij haar geschiedenis stil te staan. Het De Mirandabad is gebouwd als het Amstelparkbad. Over de jaren heen is het hele complex meerdere keren op de schop gegaan, met als grootste renovatie in 1977. Wat je nu niet meer zo snel kan zien, is dat het zwembad eigenlijk al in 1932 is opgericht. Het enige bouwwerk dat nog herinnert aan de vroegste periode van het zwembad is het voormalig hoofdgebouw op de President Kennedylaan 7. Nu is het een beetje een vreemde eend in het stadsgezicht. Het staat een beetje op zichzelf met in de buurt het nieuwere hoofdgebouw van het zwembad uit 1977 en het politiebureau uit 1995. Maar in 1932 was dit gebouw een belangrijk onderdeel van het totaalontwerp van het zwembad. Ik vond het een goed moment om in de geschiedenis te duiken. Wat waren de omstandigheden van de bouw en hoe zag het uiteindelijke bad eruit? Wat is de ontwikkeling van het complex geweest? En van alle bouwwerken, waarom staat alleen het hoofdgebouw er nog?

Luchtfoto van het De Mirandabad, gezien in noordwestelijke richting, 24 juli 1947.

Zwembaden in Amsterdam

Elk huis tegenwoordig een douche of bad, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. Persoonlijke hygiëne was vroeger niet zo vanzelfsprekend als vandaag de dag. In de achttiende en negentiende eeuw werd het steeds duidelijker dat vooral in de grote steden hygiëne, en met name het gebrek aan hygiëne, een groot probleem vormde voor de inwoners. De steden werden steeds drukker, en de voorzieningen waren daar niet op aangepast. Met de komst van de woningwet in 1901 en het badhuizenplan in 1920, kwam daar verandering in. De voorzieningen in de stad werden beter en er kwamen meer bad-mogelijkheden in de stad.

Je kunt nu wel denken: wat heeft dit met een zwembad te maken? Maar het is goed om te begrijpen dat de behoefte voor zwembaden komt uit de behoefde om de hygiëne voor de stadbewoners te verbeteren. Eerst in de vorm van badhuizen, particuliere initiatieven, en later vanuit de gemeente en later door het bouwen van zwembaden. Badhuizen bestonden al wel in Amsterdam vanaf ongeveer 1795. Bekend is dat er aan de Plantage Badlaan een badhuis stond. Op de gravure hieronder is het badhuis te zien, al zou je zonder de omschrijving niet kunnen zeggen dat het een badhuis was. Dergelijke instellingen waren particulier bezit en stonden voornamelijk in het teken van de geneeskunde. Door de geneeskrachtige baden en de hoge tarieven die daarvoor gerekend werden, was hier badderen alleen weggelegd voor de rijkere burgers.

Andere voorbeelden van badhuizen zijn het Amstelbadhuis (1882) op de Amsteldijk 25 en het Schaft- en badgebouw (1903) op de Nirwana 3. Vanaf 1895 zie je de eerste schoolkinderbaden verschijnen, gebouwd door de gemeente. Vanaf 1911 begint de gemeente ook algemene badhuizen neer te zetten. Voorbeelden van badhuizen van de Dienst Publieke Werken zijn: Het volksbadhuis ‘Funen’ (1911) aan de Funenkade 7 en het badhuis aan de Zaanstraat 88-89 (1916).

Zwembaden zie je in Amsterdam rond dezelfde tijd ook verschijnen. Een van de eerste zwembaden van Amsterdam werd in 1846 geopend aan de Westerdoksdijk door C.W. Ploenius (gesloten in 1920). In 1881 werd aan de De Ruijterkade Badhuis Obelt opgericht (1914 gesloopt, heropend in Noord en daarna gesloopt in 1926). Niet te vergeten het Schinkelbad (1918) aan het IJsbaanpad. Ook had je nog overdekte zwembaden als het Heiligewegbad (1896) en het Zuiderbad (1912).

Genoeg badhuizen, en zwembaden zou je zeggen. Maar niks was minder waar. De bestaande badhuizen en zwembaden in Amsterdam waren veelal particuliere initiatieven en te duur voor de gewone burger om regelmatig gebruik van te maken. Het was dus aan de gemeente om meer mogelijk te maken. Voornamelijk in de nieuwe buurten was hier ruimte voor. In 1920 werd het Badhuizenplan van wethouder De Miranda aangenomen. Hierdoor werd het mogelijk om meer badhuizen te bouwen. Ook een openluchtzwembad was onderdeel van de plannen van de wethouder. En zo werd De Miranda een belangrijk initiator van het Amstelparkbad.

Salomon (Monne) Rodrigues de Miranda

Wie was deze wethouder? Salomon Rodrigues de Miranda (roepnaam Monne) werd geboren in 1875 in de Nieuwe Kerkstraat in Amsterdam. Als zoon van een diamantbewerker belandde hij al op 11-jarige leeftijd als briljantslijpersknecht in de diamantslijperij. Hij was toen de knecht van Henri Polak, een van de oprichters van de SDAP (Sociaal Democratische Arbeiders Partij) en in 1903 de eerste socialistische gemeenteraadslid in Amsterdam. De politieke interesse is van Polak naar De Miranda overgegaan. Monne werd als lid van de SDAP in 1911 gekozen tot gemeenteraadslid in Amsterdam en werd in 1919 benoemd tot wethouder. Die functie van wethouder heeft De Miranda (met korte onderbrekingen) tot 1939 gehouden.

Als wethouder was De Miranda voornamelijk verantwoordelijk voor de levensmiddelenvoorziening, de was-, bad- en zweminrichtingen (en andere zaken). Later kwam daar ook nog de wethoudersfunctie voor Volkshuisvesting bij. Als sociale arbeiderspartij streed de SDAP voor het verbeteren van de omstandigheden van de arbeiders in Nederland. In Amsterdam waren vooral De Miranda en Floor Wibaut de drijvende krachten achter de plannen van de partij.

De Miranda publiceerde in 1926 een boekje in de serie ‘Bibliotheek voor gemeentepolitiek’ met de titel ‘De gemeente en haar nieuwe taak’. Daarin schreef hij over de taak die hij voor ogen had voor de gemeente.

Die taak beteekent uitbreiding van gemeentebemoeiing. Zij omvat ingrijpende maatregelen op het gebied van productie en distributie van eerste levensbehoeften, of wel het oprichten van instellingen en bedrijven, die het leven van de burgers kunnen veraangenamen, alsook die, welke de moeilijke en zware taak van de vrouwen kunnen verlichten.

Ook gaf De Miranda uitleg over zijn beleid met betrekking tot gemeentelijke washuizen, badhuizen en zwembaden – instellingen die tot doel hadden de ‘sociale hygiëne’ van de bevolking te verbeteren.

‘Het betreft hier vooral de levenswijze en den werkkring van de huisvrouw, te wier behoeve ook bij den woningbouw reeds grote aandacht wordt besteed aan een doeltreffenden bouw en een gerieflijke inrichting van de woning. Het doel is, den arbeid van de huisvrouw te vereenvoudigen, haar zware taak te verlichten, het huiselijk leven te veraangenamen en de gezondheid van het individu door reinheid te bevorderen.’

Salomon de Miranda tijdens de officiële opening van het Amstelparkbad in 1932.

De Miranda behandelde in het boekje ‘De gemeente en haar nieuwe taak’ niet alleen badhuizen, maar ook de wenselijkheid en mogelijkheid van een badgelegenheid in de woning. De gemeente Amsterdam gaf hierin het goede voorbeeld door zelf woningen te bouwen met een douchecel. Voorbeelden hiervan zijn: Betondorp (uit 1923) en Tuindorp Nieuwendam (1924) met honderden woningen die allemaal waren voorzien van een doucheruimte. Toen in 1920 het ‘Badhuizenplan’ van De Miranda werd aangenomen, leidde dat tot de bouw van zeven nieuwe volksbadhuizen en zes nieuwe schoolkinderbaden. Na voltooiing van het plan, in 1931, waren er totaal veertien gemeentelijke volksbadhuizen en elf kinderbadhuizen in Amsterdam: een badhuis in elke volksbuurt.

Tijdens de bestuursperiode van De Miranda kwamen de grote woningcomplexen in Amsterdam-Zuid en -West tot stand en werd Amsterdam ‘het Mekka van de volkshuisvesting’ genoemd. In de architectuur vierde de Amsterdamse School hoogtij en de hoofdstad kreeg internationale bekendheid op het terrein van de woningbouw. In de jaren dertig zet De Miranda zich in het bijzonder in voor een groots opgezette werkgelegenheidspolitiek in Amsterdam. Belangrijke werken in de voorbereiding en totstandkoming waarin De Miranda een groot aandeel heeft gehad, zijn het ophogen van de spoorbanen in Amsterdam-Oost, de bouw van twee nieuwe stations (Amstelstation en Muiderpoortstation), en de aanleg van het Amsterdamse Bos.

In 1939 werd De Miranda ten onrechte beschuldigd van fraude met bouwgrondtransacties. Het betrof een ingewikkelde erfpachtkwestie, waarin de zoon van De Miranda – en daarmee dus ook De Miranda zelf – betrokken was. Althans, volgens De Telegraaf van die dagen. De krant voerde een vernietigende campagne tegen de wethouder, die hem uiteindelijk de kop zou kosten. Terwijl de man volkomen onschuldig was. Een commissie zuiverde later zijn naam, maar De Miranda trok zich verslagen terug uit de politiek. In de Tweede Wereldoorlog werd De Miranda door de Duitse bezetters in 1942 opgepakt. De Duitsers beschouwden hem als politiek gevaarlijk en plaatsten hem in concentratiekamp Amersfoort. Daar overleed hij binnen tien dagen, als gevolg van ernstige mishandelingen door Nederlandse medegevangenen, onder leiding van blok-oudste Teun van Es. Ze namen daarmee, naar eigen zeggen, wraak op de vreselijke werkomstandigheden van de arbeiders bij de aanleg van het Amsterdamse Bos.

Vier jaar na zijn tragische dood kwam er eerherstel. Het Amstelparkbad zou voortaan zijn naam dragen. In 1948 werd een plaquette aan de muur van het zwembad geplaatst, gemaakt door de beeldhouwer Federico Carasso, waarop De Miranda wordt geëerd als “strijder voor het volkswelzijn”

Nicolaas Lansdorp. Hoogleraar in de Architectuur aan de Technische Hogeschool en hoofd architect Publieke Werken afdeling Gebouwen.

Nico Lansdorp

Bij veel van zijn bouwprojecten gebruikte Salomon de Miranda de Dienst Publieke Werken. Deze afdeling van de gemeente Amsterdam was verantwoordelijk voor de stedenbouwkundige plannen van de stad en de bouw van de publieke gebouwen. Met publieke gebouwen kan je denken aan de scholen, gemalen en gemeentekantoren. Maar ook de badhuizen en zwembaden. In de wethoudersperiode van De Miranda is een van de voornaamste architecten van de Dienst Publieke Werken de architect Nicolaas Lansdorp (1885-1968). Ook het De Mirandabad wordt tegenwoordig aangeschreven aan Lansdorp. Dat is niet vanzelfsprekend, aangezien de ontwerpen van de Dienst Publieke Werken toen werden gezien als totaalontwerp van de Dienst en niet als ontwerpen van de individuele architecten die bij Publieke Werken in dienst waren.

Historicus Richter Roegholt schreef in zijn artikel in Amstelodamum in 1995 hierover het volgende:

‘Als architect in gemeentedienst kon Lansdorp echter niet veel van zich laten horen. De machtige directeur van Publieke Werken, ir. W.A. de Graaf, beschouwde de dienst als een monolithisch geheel, waarbij individuele prestaties zo min mogelijk naar buiten moesten komen. Ondanks dat hierdoor achteraf zeer moeilijk te bepalen was wiens hand verantwoordelijk was voor welk werk, werd N. Lansdorp’s invloed achter de schermen door kenners hoog aangeslagen.’

ir. W.A. de Graaf schreef in zijn afscheidsrede in ‘Het Bouwbedrijf‘ in 1947:

‘Van de zeer vele belangrijke gebouwen die in de laatste decenium voor de gemeente Amsterdam gebouwd zijn, is Lansdorp zooal niet in den gebruikelijken zin de architect, dan toch de geestelijke auteur, dat wil zeggen degeen uit wiens scheppingskracht het werk als bouwkunstwerk is voortgekomen.’

Luchtfoto van het De Mirandabad, De Mirandalaan 9, gezien in oostelijke richting, 1932.

Deze ‘Geestelijke Auteur’ van de Dienst Publieke Werken, zoals De Graaf dat zo mooi noemde. Wie is deze man? En wat heeft hij zoal ontworpen gedurende zijn carrière? Goed moment om wat meer over de architect Nicolaas Lansdorp op te zoeken.

Nico Lansdorp werd geboren in Amsterdam op 4 april 1885. Hij volgde zijn opleiding op de openbare handelsschool in Amsterdam. Later haalde hij de akte bouwkunde voor Middelbaar Onderwijs. Hij werkte bij het architectenbureau van de gebroeders Baanders en het bureau van Eduard Cuypers. Van 1916 tot en met 1919 werkte hij als architect aan de Dienst van Plaatselijke Werken in Rotterdam, waarna hij in 1919 werd benoemd tot architect van de afdeling gebouwen van de Dienst Publieke Werken in Amsterdam. In 1929 werd Lansdorp gepromoveerd tot hoofdarchitect van de Dienst Publieke Werken. Naast zijn werk bij de gemeente heeft hij ook als zelfstandig architect nog veel woonblokken en villa’s in Amsterdam ontworpen.

Het werk van Lansdorp toont invloeden van de Amsterdamse school en het internationaal georiënteerde functionalisme. Tijdens zijn periode bij de Dienst Publieke Werken ontworp hij vaak gebouwen in een wat sobere Amsterdamse School Stijl. Voorbeelden hiervan zijn de aanbouw van het voormalig stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal, de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat en scholen als de Dongeschool en de Gerrit van der Veen College. Ook de badhuizen die hij voor de gemeente heeft ontworpen zijn in de Amsterdamse Schoolstijl: Gemeentelijk Badhuizen aan de Andreas Bonnstraat en Wittenburgerhoofd. Deze stijl is ook terug te zien in het ontwerp van het Amstelparkbad.

In 1932 verliet Lansdorp de Dienst Publieke Werken omdat hij als opvolger van A. van der Steur (1893-1953) tot professor aan de Technische Hogeschool Delft werd benoemd. In deze functie werd hij belast met de ‘leiding van het ontwerpen van monumentale architectuur, het zogenaamde grote ontwerp’, wat de afsluiting vormde van de architectuurstudie voor de bouwkundige ingenieurs. Met de benoeming tot professor werd Lansdorp reputatie als toonaangevend architect van monumentale gebouwen bekrachtigd. Het kan als kroon op zijn werk gezien worden en het geeft aan dat hij indertijd al tot de beste architecten van de jaren 20-40 gerekend werd.

Luchtfoto van het De Mirandabad, De Mirandalaan 9, gezien in zuidwestelijke richting, 1948.
Een bijna leeg De Mirandabad aan De Mirandalaan 9, vanwege koude Pinksterdagen, 1958.

Ontwerp van het complex

Het ontwerp, waar Nicolaas Lansdorp dus hoofdverantwoordelijke voor is geweest, is in opzet niet ontzettend bijzonder voor de periode. Maar het is wel een zwembadopzet die je tegenwoordig niet meer zo snel tegen zal komen. ir. B.H.H. Zweers (1900-1967) schreef een informatief artikel in Het Bouwkundig Weekblad vlak na de opening van het zwembad in 1932. Daarin beschrijft hij mooi het proces en de beslissingen die zijn genomen voor de indeling en materialen voor het zwembad.

De plannen voor de inrichting zijn opgezet door de Afdeling Havenwerken van den Dienst van Publieke Werken in overleg met de Dienst van de Was/, Schoonmaak/, Bad/ en Zweminrichtingen. De Afdeling Gebouwen gaf esthetisch voorlichting en het werktuigkundig gedeelte is ontworpen door de Afdeling Werktuigen. De uitvoering was in handen van Havenwerken.

Zoals gebruikelijk bij zwembaden en badhuizen in die tijd is er een tweedeling gemaakt in een vrouwen- en mannen afdeling. Dat maakt het ontwerp geweldig symmetrisch. Beide kanten hadden een diep, een ondiep en een kinderbassin. Het open veld aan de achterkant van het zwembad, het openluchtbad, was het enige gedeelte waar gemengd publiek was toegestaan (dus zowel mannen als vrouwen).

Het hoofdgebouw had een tal van functies, met als belangrijkste functie het entreegebouw. Er was een aparte vrouwen en mannen ingang. in het midden de plaats voor de chefskamer met daarachter de kassa. Aan de beide zijkanten van het gebouw waren er kamers voor drenkelingen en bergplaatsen. Ik kan de functie van de zolder niet ergens terugvinden, maar het gebrek aan venters doet vermoeden dat het de zolder enkel als opslagruimte werd gebruikt. Achter het hoofdgebouw stond er nog een controleruimte en een personeelsgebouw.

Bouwtekening Amstelparkbad. Bouwkundig weekblad Architectura,1932.
Detail bouwtekening Amstelparkbad. Bouwkundig weekblad Architectura,1932.

Het diepe bassin met een oppervlakte van 50×20 m2, had een waterdiepte variërend van 1.80 tot 2.25 meter. Het ondiepe bassin had een oppervlakte van 40×20 m2 met een waterdiepte van 0.60 naar 1.30 meter. Het kinderbassin had een oppervlakte van 15×22.80 m2 had 3 verschillende diepten t.w.: kniehoogte 0.40-0.50 meter, heuphoogte 0.75-0.9 meter en borsthoogte 1.1-1.3 meter. De twee kinderbaden, gelegen tussen het zwem- en luchtbad, dienden uitsluitend voor klassikaal onderwijs en waren daarom van het overige gedeelte van zwem- en luchtbad afgescheiden. Zij hadden dan ook afzonderlijke toegangen. Het zwembad werd omgeven door een hoge randmuur, het openluchtbad door een 10 meter brede beplantingsstrook.

Het pompgebouw bevatte op de begane grond de toiletten voor het zwem- en kinderbad, op de eerste verdieping de pompen die het water uit het diepe bassin pompen en het opvoeren naar het boven deze pompruimte gelegen waterreservoir. Elk bad kon afzonderlijk worden leeggepompt. De betonnen vlakke bodems van de bassins maakten het verder mogelijk, dat op geregelde tijden door middel van een elektrische pomp, het bezonken slib uit de bassins kon worden verwijderd.

De totale capaciteit van het zwembad werd destijds bepaald door het aantal kleedhokjes. Om de capaciteit van het zwembad te vergroten is voor een klein gedeelte van het zwembad en voor het gehele openluchtbad het zogenaamde “Wechsel-kabine”-systeem toegepast. Een bezoeker kleedt zich in een cabine uit, hangt zijn kleren op een speciaal daarvoor geconstrueerde ‘klaarenhaak’, waarna hij deze in een ijzeren kastje opbergt. De cabine is vervolgens weer vrij en kan door de volgende bezoeker worden gebruikt. Het zwembad bevat 688 gewone hokjes en 48 wissel-cabines. Dat maakt dat het zwembad een berekende capaciteit had van 688+(3×48)=832 bezoekers. Het openluchtbad had 100 wissel-cabines; waarmee de capaciteit kon worden opgeschroefd tot 1132 bezoekers. Naast het zwembad was een fietsenstalling ontworpen, met een capaciteit voor 400 fietsen, en de met mogelijkheid om deze capaciteit te verdubbelen.

Contructie en keuze van materialen voor het zwembad waren hoofdzakelijk het resultaat van het programma van eisen. Zo was één van de eisen dat het bassinwater geheel van het grondwater zou worden afgesloten. Dat maakte dat de bassins werden uitgevoerd als betonkuipen en deze onderheid in een met zand opgehoogd terrein werd neergelegd.

Bij de keuze van de materialen is vooral rekening gehouden met het feit, dat het zwembad gedurende negen maanden van het jaar niet wordt gebruikt. Er werd dus gezocht naar materiaal, welke een minimaal onderhoud vereiste. Voor de kleedhokjes was het tot dan toe gebruikelijk om hout te gebruiken. Maar daar werd vanaf gezien. Dat was vanwege de hoge onderhoudskosten (schilderwerk), ernstige beschadigingen door het publiek (gaten boren, beschrijven, enz.). Het was dus zaak een materiaal te kiezen, dat hard, glad en niet beschrijfbaar zoui zijn. Uiteindelijk is gekozen voor verglaasd steen. Een wit verglaasde badcelsteen zou goedkoper zijn maar dit materiaal zou bij zonneschijn ’te vermoeiend voor het oog’ zijn. Om de kleedhokjes zo hygiënisch mogelijk te maken werden ook de zitbanken en legplanken in geglazuurd gebakken materiaal uitgevoerd. Het houtwerk van de deuren van de kleedhokjes en dergelijke is uitgevoerd in teakhout; het dakhout van de cabines is tweedmaal geolied vurenhout, het hang- en sluitwerk was van koper.

De fundering en de betonconstructie zijn uitgevoerd voor 153.700 gulden door Christiani en Nielsen’s Gewapend Beton Mij. De bovenbouw werd uitgevoerd voor 214.700 gulden door de firma J.N.W. Hoonakker & Jan Egas te Amsterdam. De totale bouwkosten hebben rond 600.000 gulden bedragen. De Miranda melde triomfantelijk in zijn speech tijdens de opening van het zwembad dat het gehele project binnen budget was gebleven. In de eerste maand na de opening stonden er dikke rijen aan het hoofdgebouw en er werden maar liefst 173.500 baden genomen!

Renovatie De Mirandabad 1977

De Mirandabad verbouwd

In 1977 besloot de gemeente om het De Mirandabad grootschalig te gaan verbouwen en het zwembad daarmee toekomstbestendig te maken. Er werd in het nieuwe ontwerp goed naar de buitenlandse trends gekeken en het zwembad om te toveren in een tropisch zwemparadijs. Een stukje Middellandse zee in Amsterdam. Het hele zwembad ging op de schop, er kwam een geheel nieuw gebouw met een groot koepeldak, een golfslagbad en een 90 meter lange glijbaan. Het ontwerp was van het architectenbureau Baanders, Frenken, Wilkers en Verhey. Het vernieuwde zwembad werd in februari 1979 door burgemeester Wim Polak geopend, begeleid door een optreden van de Jackson Five die toen een tour door Europa maakte.

Wat mij wel vreemd voorkomt, is dat in 1977 zo goed als het gehele zwembad met de grond gelijk is gemaakt om plaats te maken voor het nieuwe gebouw. Maar dat het hoofdgebouw bewaard is gebleven. Het is geen monument, en het heeft met de verbouwing zijn functie voor het zwembad verloren. De entree van het zwembad is verplaatst naar het nieuwe gebouw, en de ingang naar het buitenbad staat tegenwoordig naast het gebouw uit 1979. Er is voor gekozen om het voormalig hoofdgebouw om te bouwen tot woning. Er zijn drie dakkapellen aan de voorkant gekomen, de schoorsteen is weggehaald, de vensters aan de zij- en achterkant zijn vervangen en vergroot.

Mobiele versie afsluiten