Bioscoop·Ceintuurbaan·Ceintuurtheater

Ceintuurtheater

 

Het gebouw aan de Ceintuurbaan 282-284 is in 1921 gebouwd als vervanging van twee woonhuizen. Het is gebouwd als bioscoop, getuige het nog aanwezige smeedijzeren naamplaten Ceintuur Theater. Het is gebouwd in de begin jaren twintig, dus nog voordat de Art Deco internationaal in de belangstelling komt, Amsterdamse school kan je het ook niet echt noemen. Het is een mix van van alles, modern voor die tijd. Ik vind dat het gebouw niet misstaan zou hebben op de Brink in Betondorp, dat rondt dezelfde tijd tot stand is gekomen. Het zou goed kunnen dat de architecten Noorlander en van Arkel de ontwikkelingen van Betondorp met oog op de experimentele bouw met de nieuw betonbouwtechnieken nauwlettend in de gaten hielden. Op de Ceintuurbaan doet het eigenlijk een beetje gek aan, een vreemde eend in de bijt. Een gebouw dat qua vormgeving en allure totaal niet aansluit met de rest van de bebouwing in de buurt. Maar waarom is dit gebouw nou hier neergezet? Hoe heeft het gebouw eruit gezien? En hoe is het ontwerp tot stand gekomen? Dat het gebouw opvalt is wel zeker. Maar ik vond het toch leuk om even in de geschiedenis van dit gebouw te duiken.

 

Ceintuur Theater cinema, Amsterdam, Gerrit van Arkel & Willem Noorlander, 1921

Opkomst bioscopen

Na de uitvinding van de cinématographe van de gebroeders Lumière in Parijs in 1895 duurde het niet lang voordat de eerste filmvoorstellingen ook in Amsterdam te zien waren. Deze voorstellingen waren reisvoorstellingen die telkens een andere stad of dorp aandeden. Later werden deze gecombineerd met kermissen en waren daarmee de eerste ´tijdelijke´ bioscopen een feit. In Nederland had je vanaf 1896 de eerste reisbioscoop van Cristian Slieker. Deze ging alle dorpen en steden langs om het wonder van de film aan iedereen te laten zien. Na de eeuwwisseling was er een behoefte aan permanente bioscopen en door heel Nederland kwamen er bioscoopzalen.

Het ontwerp van een bioscoopzaal was in eerste opzicht gebaseerd op de theaterbouw met een halfronde vorm en één of meerdere balkons. Ook hadden bioscopen een muziekbak, of een podium voor een piano en ruimte voor een explicateur. Een explicateur was een persoon die de vertoonde beelden voorzag van commentaar en geluidseffecten. De eerste films hadden namelijk geen geluid dus als er muziek was dan werd dat live erbij gespeeld. Zalen zoals die in (Tuschinski) herinneren nog aan die ‘oude’ bouwstijl. Later zal dit veranderen naar een meer vierkante zaal met soms nog wel een balkon, maar vaak genoeg ook niet. Met de komst van surround sound en dergelijke was er enkel een plat scherm en een geluidinstallatie nodig.

Het stinkertje, Ceintuurbioscoop Ceintuurbaan 280(1912-1921)

In Amsterdam was rond 1910-1920 nog niet gemakkelijk om bioscoopgebouwen te realiseren. Het gebrek aan ruimte werd dan ook vaak opgelost door een woonhuis of winkel om te bouwen tot bioscoop. Een andere optie was het slopen van een of meerdere panden om daar een nieuw bouwwerk neer te zetten. In Nederland geldt Tivoli (1903)in Rotterdam als eerste vaste bioscoopzaal in Nederland. In Amsterdam opende Franz Nöggerath in 1907 de eerste vaste bioscoop: Bioscope-Theater in de Reguliersbreestraat. 

In ‘Wijk YY’: de Pijp werd in 1912 de architect Pieter Scheelbeek opdracht gegeven om een nieuw bioscooptheater aan de Ceintuurbaan te ontwerpen. Scheelbeek was in die tijd een bekende Amsterdamse architect die enorm productief was. In dezelfde jaren werden van zijn hand twee andere bioscopen opgeleverd: de Roode bioscoop aan het Haarlemmerplein 7 (1912), en de Nassaubioscoop aan de lijnbaangracht 31-32 (1913). 

Henri Drukker was de eigenaar van het pand Ceintuurbaan 280 en bemoeide zich intensief met het ontwerp van Scheelbeek. De bioscoop kreeg een vernieuwde ingang en een zaal met 165 stoelen. De twee wc´s achterin de zaal had geen ventilatie gekregen waardoor de bioscoop al snel de bijnaam “‘t Stinkertje” kreeg. Deze bioscoop heeft helaas geen lang leven gekend, in 1921 ging deze alweer dicht om plaats te maken voor een lunchroom. De twee buurpanden werden gesloopt om een nieuw bioscoopgebouw te realiseren: het Ceintuurtheater. 

 

Nieuw gebouw 1921

Nog voordat de ceintuurbioscoop was gesloten werden er al plannen gemaakt voor het nieuwe theater. Het was J.J. Otter die namens de N.V. Vereenigde Bioscopen de panden aan de Ceintuurbaan 282 en 284 liet slopen om een theater te bouwen met een capaciteit van 500 stoelen. Voor het ontwerp werden de architecten Gerrit van Arkel en Willem Noorlander aangetrokken. Noorlanders naam staat nog steeds op de gevel als architect van het gebouw. Het is onduidelijk hoe groot van Arkels invloed is geweest op het ontwerp.

Architectuurtekening bioscooptheater Ceintuurbaan 282-284 (Amsterdam), linksonder ‘Willem Noorlander Arch. B.N.A.

Willem Noorlander

Willem Noorlander werd in 1877 in Rotterdam geboren. Hij volgde van 1908 tot 1911 de avondopleiding tot architect aan de V.H.B.O. (voorbereidend hoger bouwkunstonderwijs) in Amsterdam en bleef het grootste deel van zijn leven in Amsterdam wonen. De V.H.B.O. was in 1908 door Architectura et Amicitia opgericht en was de voorloper van de latere Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Gerenommeerde architecten als H.P. Berlage, W. Kromhout en H.J.M. Walenkamp waren als docent verbonden aan de opleiding. 

Na zijn opleiding ontwierp Noorlander enkele villa’s langs de Meeuwenlaan (1912), arbeiderswoningen in de Rozenstraat (1912) en een pakhuis met kantoren aan de Oudezijds Voorburgwal (1914). In 1915 bouwde hij een complex met woningen voor woningbouwvereniging Rochdale rond de Hasebroekstraat in de Kinkerbuurt. In de jaren twintig en dertig ook diverse plannen voor woningbouwcomplexen aan de Stadionweg en het Columbusplein.

Buiten het Ceintuurtheater heeft Noorlander een aantal andere bioscopen ontworpen. Rembrandt-theater( 1937), Casinotheater in Hilversum (1930). Ook ontwierp Noorlander een bioscoop in
Velsen/IJmuiden-Oost (1938-1939). In Buiksloterham-Floradorp (1928-1931) werd door Noorlander een woningcomplex aan het Mosveld, de Elzenstraat en de Andoornstraat gebouwd met daarbij de Astoriabioscoop. De exploitatie van Astoria was ook in handen van J.J. Otter.

Ceintuurtheater

Een bezoek aan het Ceintuurtheater moest bijzonder zijn. Noorlander was een architect die voornamelijk in de expressionistische gebouwen ontwierp en deze bioscoop was geen uitzondering. De voorgevel moest tot de fantasie spreken en mensen naar binnen lokken. Het gebouw is een vroeg voorbeeld van betonbouw in Amsterdam. Met name de geruwde betonnen voorgevel is uniek, maar er is niet alleen beton gebruikt in de voorgevel. Ook voor het gehele bouwconstructie is beton gebruikt. Hierdoor was niet alleen de bijzondere detaillering van de façade mogelijk, maar het balkon in de bioscoopzaal hoefde ook niet ondersteund te worden door zuilen. Het Ceintuurtheater werd geprezen om zijn krachtige architectuur en ook om het onbelemmerd zicht op het witte doek. Het theater bood plek voor 500 bezoekers.

De betonnen gevel had een fraaie expressionistische architectuur met verspringende gevelonderdelen waaronder kokervormige lamppartijen en torenachtige elementen. De naam van de bioscoop werd ook in art-deco siersmeedwerk op de gevel aangebracht. Links en rechts van de ingang bevonden zich smeedijzeren ornamenten met de woorden “Ceintuur” en “Theater”.

reclametekening ceintuurtheater 1936.

Sluiting in 1976

In 1926 werd het theater overgenomen door Gerardus van Royen, die meerdere bioscopen in Amsterdam exploiteerde met de REMA N.V. De voorgevel werd in 1936 gewijzigd voor modernere filmaankondigingen. In 1949 werd het theater ingrijpend verbouwd. Tot 1968 bleef het familiebezit van de familie Van Royen. Toen werd het overgenomen door het City Theater N.V. Eind 1976 werd het theater gesloten. Het stond van 1977 tot 1978 leeg en werd in september 1978 door de Verenigde Utrechtse Bouwkombinatie, verkocht aan de onroerendgoed exploitant F & S Properties. Deze bestemde het Ceintuurtheater tot een keukencentrum: Houtsma Keukens.

Ceintuurbaan 280-286. Houtsma keukens.
Houtsma keukens

Renovatie

Na jarenlange leegstand werd in 2012 architectenbureau Rappange & partners architecten aangetrokken om het voormalig bioscoopgebouw te restaureren. Daarbij was het uitgangspunt dat zoveel mogelijk van de oorspronkelijke elementen zouden terugkeren, onder meer het hoge plafond dat door de keukenwinkel werd verlaagd. Om de oorspronkelijke kleur van de voorgevel terug te vinden, is de verf laag voor laag afgeschraapt en de glas-in-lood-ramen zijn opnieuw vervaardigd op basis van enkele bewaard gebleven stukjes. Ook de lantaarns zijn opnieuw vervaardigd en de smeedijzeren ornamenten zijn voorzien van bladgoud. 

Van het bestaande interieur zijn alle voorzetwanden en verlaagde plafonds verwijderd. De exploitant Coffee & Coconuts heeft het interieur aansluitend getransformeerd gebruikmakend van de nog aanwezige interieurelementen zoals; restanten van het balkon, de oorspronkelijke tegels, beschilderingen en de betonconstructies. 

Wie het Ceintuur Theater betreedt, zal meteen onder de indruk zijn. Staand in een open ruimte van liefst 12 meter hoog kun je de historische waarde van dit indrukwekkende pand bijna aanraken.

Ceintuurtheater 2024

3 gedachten over “Ceintuurtheater

Laat een reactie achter bij Rob AlbertsReactie annuleren