Amsterdam·Architectuurgeschiedenis·Geen categorie·Grachtenpand·Herengracht·Soli Deo Gloria

Herengracht 166

Herengracht 166, geveltop met tekst ‘Soli Deo Gloria’, 1953.

Soli Deo Gloria

Deze tekst komt wel vaker voor in protestante kringen, maar op een gevel van een Amsterdams grachtenpand zie je het niet zo vaak: Soli Deo Gloria ( “Alleen aan God de eer”). Je ziet het wel in kerken. Een bekend voorbeeld is de voormalig verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente aan de Weteringschans, Paradiso, waar deze tekst boven het middelste raam achter het podium is te zien.

Soli Deo Gloria is een van de vijf sola`s die een basis vormen van de reformatorische beweging ten tijde van de Reformatie. De vijf sola’s zijn vijf Latijnse stellingen die tijdens de reformatie geformuleerd zijn als kernpunten van het protestantse geloof. Sola fide, Sola gratia, Sola scriptura, Solus Christus en Soli Deo gloria.

Wat ik mij dan afvraag, wat doet zo’n protestante sola op de topgevel van een Amsterdams grachtenpand? Is dit gebouw van een gelovige familie? Is het gebouw ontworpen door een streng gelovige christelijke architect? heeft het iets met een eventuele vorige functie van het gebouw te maken? Ik duik in de geschiedenis van dit gebouw om hier achter te komen.

Detail van de plattegrond van de stad Amsterdam uit 1625 gemaakt door Baltasar Florisz van Berckenrode. Afbeelding is van het Rijksmuseum.

Herengracht 166

Dit stuk van de Herengracht gaat helemaal terug naar de zogenaamde derde uitleg van Amsterdam. Deze stadsuitbreiding is in het eerste kwart van de zeventiende eeuw gerealiseerd. De percelen aan de Herengracht werden vanaf de zeventiende langzaam door welvarende stedelingen opgekocht en bebouwd. Op de kaart van Amsterdam uit 1625, gemaakt door Balthasar Florisz van Berckenrode, is de Herengracht duidelijk te zien. De situatie is nu iets anders, want in de negentiende eeuw is de Warmoesgracht gedempt en de Raadhuisstraat van het Paleis op de Dam naar de Westermarkt aangelegd. In de welbekende ‘knik’ of ‘kleine bocht’ in de gracht staat het Huis Bartolotti en twee huizen verder de voorganger van het pand Soli Deo Gloria. Ik zeg voorganger, omdat de huidige voorgevel is gemaakt in de Lodewijk IV stijl. Deze bouwstijl komt pas vanaf de eerste helft van de achttiende eeuw voor. Het bouwjaar van dit grachtenpand wordt geschat op 1725.

Gevels van huizenrijen. Herengracht 160 t/m 172 Uit het “Grachtenboek” met prenten van Caspar Philips Jacobszoon, 1768.
Soli Deo Gloria, Herengracht 166. Uit het “Grachtenboek” met prenten van Caspar Philips Jacobszoon, 1768.

Bewoners

Na een beetje uitzoekwerk ben ik erachter dat het perceel rondt 1620 is gekocht door Hans en Anthony Gommaers, koopmannen uit Dantzig. Hoe het gebouw er toen heeft uitgezien is niet geheel duidelijk. Wel werd het pand in 1642 gekocht door de lakenkoopman Harmen Jacobsz Wormskerkck, hij staat afgebeeld als schilddrager op de Nachtwacht van Rembrandt. Wormskerck overleed in 1653, wat maakte dat zijn weduwe Judith Steenhuysen het huis in 1666 overliet aan haar nicht Maria Dircksdr Deventerwaagh van Cloppenburgh die daar met haar tweede echtgenoot Barend Pietersz Elias ging wonen.

Het was de neef van Barend die het grachtenpand met zijn zoon liet verbouwen. Dus hoe het gebouw er nu uit ziet komt op het conto van Gerbrand en Pieter Elias rond 1725. Sindsdien is het pand ook in het bezit van de familie Elias geweest, een rijke Amsterdamse familie waarvan veel familieleden in het Amsterdamse stadsbestuur hebben gezeten. De distels die te zien zijn boven de tekst Soli Deo Gloria zijn ontleend aan het Elias familiewapen.

de voorkamer, oktober 2020.
Herengracht 166, interieur voorkmer, 1953.

De familie Elias

Soli Deo Gloria komt dus van de familie Elias. Misschien was het een wapenspreuk. Misschien wilde de familie aan iedereen laten weten dat ze ondanks alle rijkdom en macht wel nederig zijn gebleven, zoals een echte protestant moest zijn. De Westerkerk ligt dichtbij het huis en is vanuit de tuin te zien.

Leden van de familie Elias, van wie er veel in dit grachtenpand hebben gewoond, hebben diverse functies binnen zowel de VOC als de WIC gehad en zijn vooral erg actief geweest in de Amsterdamse stadspolitiek. Tot aan de Franse overheersing wisselden functies van het stadsbestuur vaak tussen leden van enkele rijke families. Namen die dan vaak langskomen zijn Backer, Bicker, Six, Trip, Hooft, Huydekoper, en van de Poll. Maar dus ook meerdere leden van de familie Elias. Zij deden het dusdanig goed dat de familie zelfs tot de Nederlandse adel is verheven. De zoon van Pieter Elias, Gebrand, werd president van de Schepenbank, lid van de Vroedschap en Bewindhebber de Oost-Indische Compagnie. Hij was getrouwd met een achterkleindochter van Michiel de Ruyter en zodoende werd hij na zijn dood in de graftombe van Michiel de Ruyter in de Nieuwe Kerk in Amsterdam begraven.

De zaal in het achterhuis, oktober 2020.
Herengracht 166, interieur achterkamer voorhuis, 1953.

Van woonhuis naar kantoor

Hoe het gebouw zich heeft ontwikkeld is terug te voeren naar de mensen die hebben gewoond en gewerkt. Ik heb de familie Elias al genoemd, die verantwoordelijk zijn geweest voor het uiterlijk van het gebouw. Aan het einde van de achttiende eeuw/begin van de negentiende eeuw was er de Franse periode in Nederland, wat voor veel veranderingen heeft gezorgd in het land, maar ook in het Amsterdamse stadsbestuur. Het stadsbestuur ging toen van vier burgemeesters naar één, met David Willem Elias als eerste zelfstandige burgemeester van de stad. In die periode is hij verhuist naar de Keizersgracht 604, waarna de stadsadvocaat P.A. Brugmans in het pand op de Herengracht trok.

Pibo Antonius Brugmans was naast advocaat ook Eerste Kamerlid, lid van de Staten van Holland en de Raad van State. Na zijn overlijden in 1851 is er een gat in de bewonersgeschiedenis, maar in 1870 heeft de zoon van P. A. Brugmans, Antonius Brugmans het pand gekocht. Antonius was ook advocaat en Eerste Kamerlid, en lid van verschillende besturen en commissies. De zoon van Antonius, ook Pibo Antonius geheten, ging na het overlijden van zijn vader in 1877 in het pand wonen. Naar familietraditie werd Pibo ook advocaat. Hij bekleedde daarnaast diverse hoge functies, voordat hij overleed in het huis in 1891.

Herengracht 166, interieur achterkamer voorhuis, 1953.
Herengracht 166, binnendeur en loket ‘afgifteneffecten coupons’. Deur in de zaal (Lodewijk XV interieur). ca. 1953.

1900

Na de familie Brugmans onderging het pand een kleine transformatie naar kantoorgebouw, toen de familie Gilissen hun bankkantoor vestigde in het pand. Dat is ook de periode geweest dat de kluis in de kelder is geplaatst. Het kantoor Theodoor Gilissen blijft tot 1922 in het pand waarna het kantoor verhuisde naar de Nieuwe Doelenstraat. Daarna is het wat onduidelijk welk bedrijf er in het pand is gevestigd.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de Firma Dunlop & co in het pand te zitten. De firma handelde in ‘effecten en asurantiën’, voornamelijk in bedrijven gericht op de Nederlands-Indische handelsmarkt. In 1960 nam de Handelsmaatschappij Firgos het pand over. Firma Firgos handelde in papier en verpakkingsmaterialen in het Caribische gebied, West-Afrika en Centraal Amerika. Na de overname door het Britse bedrijf Reed International in 1972, verhuisde Firgos naar een andere locatie.

De achterkamer in het voorhuis, oktober 2020.

In de jaren zeventig veranderde het pand van functie. Vanaf 1972 huisde in het pand (en de omliggende panden) het Toneelmuseum, Theatermuseum, Nederlands Jeugdtheater en Het Nederlands Theater Instituut. Als het gevolg van bezuinigingen op de subsidies voor cultuur, werd het Theater Instituut opgeheven en de collectie verplaatst naar de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. De panden aan de Herengracht werden in 2008 verkocht. Na de publieke functie werd het pand weer een kantoor. De stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek vestigde haar kantoor op de Herengracht 166 en heeft daar tot juli 2020 in gezeten totdat de stichting vanwege teruglopende inkomsten verhuisde naar de Overtoom 197. Sinds deze zomer huist DGN-publishers in het pand, wat mij de gelegenheid gaf om het pand eens goed van binnen te bekijken.

De trap, oktober 2020.
De eerste verdieping in het voorhuis, oktober 2020.

Grachtenpand

Wat maakt een grachtenpand een grachtenpand? Nou buiten dat het vanzelfsprekend is dat het aan een gracht staat, zijn er wel een aantal karakteristieken van een grachtenpand dat je niet snel terug zien in andere bouwtypen.

Een grachtenpand als deze in Amsterdam, heeft aan de gevel een stoep met aan de ene kant een kelderingang afgeschermd met twee grote hardstenen stoeppalen met een ketting. Aan de andere kant is er een enkele bordestrap die leidt naar de voordeur op de beletage. De houten voordeur heeft een klassiek achttiende -eeuws lantaarn in het bovenlicht. De keldertrap leidt naar het onderhuis dat vaak door personeel werd gebruikt, met een grote keuken aan de achterkant van het huis. Begin van de twintigste eeuw is er nog een mooie Chatwood´s kluis in de kelder geplaatst.

De zaal in het achterhuis, oktober 2020.
De zaal in het achterhuis, oktober 2020.

De indeling van het grachtenpand is er ook een die wel vaker voorkomt in rijke grachtenpanden in Amsterdam. Achter de voordeur een brede monumentale gang vol met marmer en voorzien van een stucgewelf. Om de symmetrie van de gang te behouden zijn er een aantal schijndeuren aangebracht. Rechts van de gang bevinden zich in het voorhuis twee grote ruimtes, de voorkamer en achterkamer, waar de achttiende -eeuwse muurschilderingen boven de deuren nog te zien zijn.

Tussen het voor- en achterhuis bevindt zich een binnenplaats, daarna een monumentale trap met houtsnijwerk. In het achterhuis ligt de zaal die fungeerde als ontvangstruimte voor bezoek. Deze is opgetrokken in een achttiende -eeuwse Marotstijl. Het voorhuis heeft nog bovenverdieping en een zolder met vliering, waar aan de voorzijde nog het oude achttiende -eeuwse hijsrad is te zien. Het hijsrad zorgde dat er goederen via de hijsbalk naar de pakzolder kon worden gehesen. De hijsbalk is sierlijk verwerkt in de voorgevel achter het vrouwenkopje. Op de afbeelding uit het grachtenboek van Caspar Philips Jacobszoon uit 1768 zijn er ook houten luiken te zien op de bovenverdieping en de zolder, wat erop wijst dat deze ruimten als opslag werden gebruikt.

Het hijsrad op zolder, oktober 2020

Soli Deo Gloria, alleen aan god de eer. De protestante sola is geplaatst rond 1725 in opdracht van de familie Elias, een rijke Amsterdamse familie. Deze gebruikte het gebouw als woonhuis en de bovenste verdieping als opslag. Na de familie Elias werd het pand in de negentiende-eeuw bewoond door drie generaties van de familie Brugmans, daarna werd het een kantoorpand na 1900. in de jaren zeventig tot en met 2008 huisde het pand nog het Nederlands Theater instituut en het Theatermuseum waarna het weer een kantoorfunctie kreeg. Hoewel en al vele generaties en bedrijven het pand intensief hebben gebruikt is het pand nog in een goede staat gebleven. Vooral de bel-etage met de voor- en achterkamer, de marmeren gang en de zaal in het achterhuis zijn in de oorspronkelijke achttiende-eeuwse staat bewaard gebleven, dat en de rijkversierde topgevel heeft dit pand de status van rijksmonument verkregen in 1970.

Herengracht 166(ged.) Geveltop, 1953.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s