
Fietsers die zich af en toe buiten de stad wagen zullen het wel een keer zijn opgevallen, een schelpenpad tussen de (Amstel)dijk en de rivier de Amstel. Vooral de fietsers die richting de Ronde Hoep in Ouderkerk gaan herkennen het pad wel. Ziet er wel leuk uit, maar heel praktisch is het vaak niet. Het is geen fietspad, het is ook niet echt een wandelpad. Je kunt er namelijk niet met twee mensen naast of langs elkaar lopen. Een hond kan niet naast je, maar moet voor of achter je lopen. En dan laat staan als je met een paard eropuit gaat! Waarom ligt dat pad er dan, en wat is de functie? Tijd om het uit te zoeken.
Zo’n pad tussen een rivier/kanaal en (dijk)weg heet een jaagpad. Dat is een pad dat apart van de weg is aangelegd voor een specifieke functie: het aanjagen van schepen. Aanjagen is een ander woord voor trekken, en dat werd vroeger op jaagpaden door zowel paarden als mensen gedaan, afhankelijk van de grootte van het schip dat gejaagd moest worden. Jaagpaden hebben een lange en rijke geschiedenis, zo ook het jaagpad langs de Amstel. Deze is namelijk in de 17e eeuw aangelegd.

Jaagpaden of trekpaden is niet iets typisch Amsterdams of typisch Hollands, er documentatie dat de romeinen het al deden en in meerdere landen kan je dergelijke paden ook terugvinden. Het jagen van schepen is vooral nodig als de wind stilligt of dat door de stroming het schip niet door het water heen komt.
Een groot verschil maakte de komst van de trekschuit in het midden van de zestiende eeuw. Dit type schip had geen zeilen en kon dan ook niet anders voortbewegen dan door het schip aan te jagen. En voor het jagen of trekken werden de daarvoor bedoelde paden aangelegd. Een trekschuit kon worden gebruikt voor het vervoer van goederen, maar ook voor het vervoer van personen. Dat maakte de reistijd tussen steden een stuk korter, en het reisgebied een stuk beter bereikbaar.
In eerste instantie werden de jaagpaden door mensen zelf of op last van een stadbestuur aangelegd en onderhouden. Begrijpelijk leidde dat tot rommelige situaties. Paden in slechte staat of soms helemaal niet aanwezig. Een ongeluk lag zo op de loer. Daarom sloegen sommige steden onderling de handen bijeen om een trekvaarten te graven en jaagpaden aan te leggen en te onderhouden. Langs de Amstel kwam rond 1626 een route van Amsterdam naar Utrecht. De aanleg van het zand- en jaagpad was nodig om de reisduur tussen Utrecht en Amsterdam te verkorten en om de handel te bevorderen.
De twee steden legde met de toestemming van de Staten van Holland een route aan van Amsterdam, langs de Amstel naar Ouderkerk. Van Ouderkerk langs Holendrecht naar Abcoude en vanuit daar langs de Nieuwe Wetering en de Vecht naar Utrecht. De aanleg van de paden werd gefinancierd door de stad Amsterdam en de Staten van Utrecht. Er werd een directie gevormd met drie gecommitteerden van de stad Amsterdam en drie gecommitteerden van de Staten van Utrecht. Het beheer werd gesplitst in twee gebieden, het traject Holland door Amsterdam en het traject Utrecht door de staten van Utrecht. De opzichters, één in Holland en één in Utrecht, zorgden voor het dagelijks onderhoud onder toezicht van de kameraar. Eén keer per jaar maakte de kameraar een bestek van alles wat gerepareerd moest worden; de reparaties werden onder zijn toezicht gedaan. Inkomsten werden gegenereerd door het verpachten van de tollen.




Wat maakt een jaagpad een jaagpad? Meestal was een jaagpad een gewone weg, dat is ook terug te zien in veel afbeeldingen waar het jagen te voet of te paard op staan. Wel wordt er specifiek voor de route Amsterdam-Utrecht gesproken over een zand- en jaagpad. Langs de Amstel ligt nu een schelpenpad, wat dan weer is afgeleid van het zandpad. Wel zijn er een aantal typische kenmerken die je door het hele land bij jaagpaden tegen zult komen. Doordat er met een touw werd gejaagd mochten er geen obstakels tussen het pad en het water komen te liggen. Daardoor zie je geen bomen of huizen direct langs het water. Bruggen werden voorzien van een gladde en lage leuning, dan kon het touw er gemakkelijk over heen glijden zonder kapot getrokken te worden. In bochten stonden ook vaak rolpalen, daarmee werd voorkomen dat de boot tegen de oever aan werd getrokken. Langs de Amstel zal je geen rolpalen meer tegenkomen, maar op oude foto’s zie je deze wel nog terug.

Een jaagpad was niet gemakkelijk aangelegd. Er moest met allerlei grondeigenaren en boeren worden onderhandeld om het gehele pad te realiseren. In het geval van het jaagpad tussen Amsterdam en Utrecht werd er van de bestaande waterwegen gebruik gemaakt. Trekvaarten zoals de Haarlemmertrekvaart(1631) werden pas later gegraven. De aanleg va een jaagpad kon wel jaren duren. Dat kwam niet zozeer door het fysiek aanleggen van het pad, maar meer door de onderhandelingen met de grondeigenaren en boeren. Sommige moesten worden uitgekocht, of zelfs worden onteigend. Er moesten afspraken worden gemaakt voor tolvrijheden, recht op vrije doorvaart of het plaatsen van bruggen en wedden.
Toen in de loop van de 18de eeuw de economie achteruitging, nam ook het trekschuitvervoer steeds verder af. en werden de jaagpaden steeds minder gebruikt. In 1839 reed de eerste trein tussen Amsterdam en Haarlem, en in latere jaren verdween, door de komst van de trein, de trekvaart en daarmee ook het nut van de jaagpaden uit het Nederlandse landschap. De in onbruik geraakte jaagpaden werden op den duur niet meer als zodanig onderhouden en zijn in veel gevallen verdwenen. Jaagpaden zoals het schelpenpad langs de Amstel zal je niet zo vaak meer tegenkomen. Wel kan je vaak straatjes, wandel- en fietspaden met de naam jaagpad tegen komen, een voorbeeld in Amsterdam is het Jaagpad langs de Schinkel. Ook heb je soms nog een oud gebouw of cafĂ© waarnaar de naam nog refereert aan de jagers van weleer. Een voorbeeld daarvan is ’t Jagershuis in Amstelveen vlakbij Ouderkerk aan de Amstel.







Leuk geschreven en duidelijkheid verschaft over het vroegere bestaan van jaagpaden.